De minderbroeders van Sint-Truiden bij de kerststal in de minderbroederskerk, de laatste Kerst voordat zij in 2019 het klooster verlieten. © Peter Preuveneers

Pater Frans Cuypers was gardiaan van het minderbroedersklooster in Sint-Truiden, op het moment dat het klooster de deuren sloot in 2019: “In de minderbroederskerk werd een grote stal met daarachter een paar grote bomen geplaatst. Op kerstavond werden de beelden in en rond de stal geplaatst, behalve het Kindje Jezus. Dat werd bij het begin van de nachtmis in de kerk binnengebracht en in de kribbe gelegd. Verscheidene keren was dit een levende baby en konden de ouders tijdens de nachtmis bij hun kindje in de stal blijven. Dat was telkens een beleving voor de ouders en het ganse aanwezige kerkvolk”.

Voor Pater Frans in Sint-Truiden neer streek, verbleef hij in vele andere gemeenschappen: “In Vaalbeek werd er een enorm groot doek, bestaande uit verschillende lappen en kleuren, ontworpen door pater Geroen Debruycker en samengebracht door enkele dames uit een ´kunstkring´ in het koor geplaatst. Deze werd geflankeerd door twee grote bomen uit het bos van Vaalbeek… zeer mooi – Dit was vooral het werk van de vicaris van het huis en enkele broeders en leken. ” In Mechelen was er destijds ook een heel originele opstelling van de kerststal: “De opstelling was zo danig uitgewerkt dat men bij het binnenkomen van de kerk en zo naar de middengang het gevoel kreeg dat het een stal vormde, terwijl de beelden toch een eind van elkaar verwijderd waren: de kribbe met het Kind omringd door Maria en Jozef stond voor het altaar. In het koorgestoelte stonden aan een kant de herders die afdaalde naar de stal en aan de andere kant koningen gezeten op kamelen. Natuurlijk ontbraken er geen schapen noch engelen.”

Pater Klaas Blijlevens van de kapucijnen in Herentals vertelt over het zetten van de kerststal: “De herders waren er wellicht vanaf het begin al bij, de Driekoningen kwamen er pas vanaf driekoningendag bij. Soms stonden ze al van ver te wachten en kwamen ze iedere dag een beetje dichterbij. Het kindje wordt er tijdens de kerstnacht ingelegd. Dat is nu nog, hier staat er dan een kerststal in de hal en de kapel en het kindje komt er maar in op kerstdag. De stal wordt een dag of tien op voorhand opgebouwd. Het kindje wordt ook nog in processie naar de stal gedragen.”

Grauwzusters franciscanessen: “De kerststal wordt overal gezet. De laatste jaren ook op de kamers van de zusters. Vroeger mocht dat niet. Op de kamer werd het kindje er ook vaker al eerder ingelegd. Door leken en ook door het personeel (in de ziekenhuizen), kwamen vaker helpen met de kerstversiering. Elk diensthoofd zorgde voor de eigen dienst.” In Tongeren begonnen de franciscanessen na de 13e december alles bij elkaar te zoeken. Het installeren begon een paar dagen van te voren, maar de voorbereidingen begonnen al eerder: “Niet alle beelden werden er gelijk ingezet, het kindje mocht er nog niet in, pas met Kerstmis, met de nachtmis. De Driekoningen mochten er al eerder langs staan, die waren onderweg. Per dag soms een beetje dichter. Op andere plekken werden ze soms even achtergehouden”.

De kerststal wordt afgebroken na Driekoningen, of toch zeker voor de Doop van Christus, het einde van de kersttijd.